slaapstoornis-header

Wat is een slaapstoornis?

Wat is een slaapstoornis?

Je slaapt een paar nachten slecht. Je wordt een periode vaker wakker. Je bent overdag moe. Of je hebt een paar weken veel aan je hoofd en merkt dat inslapen moeilijker gaat.

Dat betekent niet automatisch dat je een slaapstoornis hebt.

Slaap verandert namelijk voortdurend. Een slechte nacht, tijdelijk minder slapen of af en toe wakker liggen hoort bij het leven en hoeft niet direct een medisch probleem te zijn.

Een slaapstoornis is iets anders.

Daarbij is er sprake van een herkenbaar patroon van klachten rond slapen of wakker zijn dat voldoet aan bepaalde kenmerken. Afhankelijk van de slaapstoornis kunnen bijvoorbeeld de duur, frequentie, omstandigheden en gevolgen overdag belangrijk zijn voor de diagnose.

Daarom kun je niet alleen op basis van het aantal uren dat je slaapt bepalen of je een slaapstoornis hebt.

Wanneer spreken we van een slaapstoornis?

Er bestaan veel verschillende slaapstoornissen. Daardoor bestaat er ook niet één definitie waarmee je ze allemaal eenvoudig kunt herkennen.

Bij chronische insomnie gaat het bijvoorbeeld om aanhoudende problemen met inslapen, doorslapen of te vroeg wakker worden, terwijl er voldoende gelegenheid is om te slapen en er ook gevolgen overdag zijn.

Bij slaapapneu gaat het juist om ademhalingsproblemen tijdens de slaap.

Bij narcolepsie staat overmatige slaperigheid overdag centraal. En bij een circadiane slaap-waakritmestoornis ligt het probleem vooral in de timing van slaap en wakker zijn.

De klachten kunnen dus totaal verschillend zijn. Wat ze gemeen hebben, is dat er meer aan de hand is dan alleen een incidenteel slechte nacht.


Niet ieder slaapprobleem is een slaapstoornis

Iedereen ligt weleens wakker. Iedereen wordt ’s nachts wakker.

Iedereen kan een periode minder goed slapen door spanning, ziekte, een verandering in het leven, jonge kinderen, werk of andere omstandigheden.

En iedereen is weleens moe na een korte nacht.

Dat zijn op zichzelf geen slaapstoornissen. Ook acht uur onafgebroken slapen is geen voorwaarde voor gezonde slaap.

Korte momenten van wakker zijn gedurende de nacht horen bijvoorbeeld bij normale slaap en worden lang niet altijd bewust onthouden.

Het wordt belangrijker om verder te kijken wanneer klachten aanhouden, vaak terugkomen of duidelijk invloed krijgen op je dagelijks functioneren.


De gevolgen overdag

Bij een slaapstoornis kijken we niet alleen naar wat er ’s nachts gebeurt. Ook overdag kunnen gevolgen merkbaar zijn.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • moeite met concentreren;
  • minder energie;
  • slaperigheid;
  • sneller geïrriteerd zijn;
  • moeite hebben om aandacht vast te houden;
  • fouten maken op het werk;
  • minder goed kunnen functioneren thuis;
  • moeite hebben om wakker te blijven.

Welke gevolgen optreden, hangt af van de slaapstoornis. Ook de ernst verschilt. Misschien functioneer je nog gewoon. Je gaat naar je werk, zorgt voor je gezin en doet wat er moet gebeuren.

Maar je merkt dat alles meer moeite kost. Je concentratie neemt af, je lontje wordt korter en aan het einde van de dag is er weinig energie over.

Bij iemand anders kan de impact veel groter zijn.

Werken lukt nauwelijks meer, autorijden voelt niet veilig of de angst voor opnieuw een slechte nacht begint een steeds groter deel van de dag te bepalen.

Je hoeft dus niet volledig vast te lopen voordat een slaapprobleem aandacht verdient.

Welke slaapstoornissen bestaan er?

Binnen de internationale classificatie van slaapstoornissen worden verschillende hoofdcategorieën onderscheiden.

De belangrijkste zijn:

  1. insomniestoornissen;
  2. slaapgerelateerde ademhalingsstoornissen;
  3. centrale stoornissen van hypersomnolentie;
  4. circadiane slaap-waakritmestoornissen;
  5. parasomnieën;
  6. slaapgerelateerde bewegingsstoornissen.

Binnen iedere categorie bestaan weer verschillende aandoeningen.

1. Insomnie

Insomnie wordt ook wel slapeloosheid genoemd.

Bij chronische insomnie heeft iemand regelmatig moeite met inslapen, doorslapen of wordt diegene eerder wakker dan gewenst en lukt opnieuw inslapen niet goed.

Daarbij is er voldoende gelegenheid om te slapen en zijn er ook gevolgen overdag.

Een paar slechte nachten betekenen niet dat je chronische insomnie hebt. Ook minder uren slapen dan gemiddeld betekent niet automatisch dat er sprake is van slapeloosheid.

Mensen verschillen namelijk in hoeveel slaap ze nodig hebben.

Bij langdurige slapeloosheid kunnen bovendien andere factoren het probleem in stand gaan houden dan de factoren waarmee het ooit begon.

Je gaat bijvoorbeeld langer in bed liggen om slaap in te halen. Je probeert eerder naar bed te gaan. Je houdt voortdurend bij hoeveel uur je hebt geslapen. Je kijkt ’s nachts op de klok.  Of je probeert steeds harder om in slaap te vallen. Daardoor kan slaap steeds meer iets worden wat moet lukken. Juist dat kan slapeloosheid in stand houden.

2. Slaapgerelateerde ademhalingsstoornissen

Bij deze groep ontstaan problemen met de ademhaling tijdens de slaap. Obstructieve slaapapneu is waarschijnlijk de bekendste.

Daarbij wordt de bovenste luchtweg tijdens de slaap herhaaldelijk nauwer of tijdelijk afgesloten, terwijl het lichaam wel probeert te ademen.

Mogelijke aanwijzingen zijn luid snurken, waargenomen ademstops, happen naar lucht en slaperigheid of andere klachten overdag.

Snurken betekent overigens niet automatisch dat je slaapapneu hebt.

Er bestaan daarnaast andere slaapgerelateerde ademhalingsstoornissen, zoals centrale slaapapneu en slaapgerelateerde hypoventilatie.

Deze problemen vragen om medische diagnostiek. Een slaapcoach kan slaapapneu niet vaststellen met een gesprek, slaapdagboek, smartwatch of slaapapp.

3. Centrale stoornissen van hypersomnolentie

Bij deze groep staat overmatige slaperigheid overdag centraal. Narcolepsie en idiopathische hypersomnie vallen bijvoorbeeld binnen deze categorie.

Dat is iets anders dan vermoeid zijn. Wanneer je vermoeid bent, kun je je uitgeput of energieloos voelen zonder daadwerkelijk gemakkelijk in slaap te vallen.

Bij slaperigheid bestaat juist een duidelijke neiging om in slaap te vallen of moeite om wakker te blijven. Bij narcolepsie kunnen daarnaast verschijnselen zoals kataplexie voorkomen.

Bij idiopathische hypersomnie kunnen onder andere ernstige moeite met wakker worden, langdurige slaap en niet-verkwikkende dutjes voorkomen.

Ook deze aandoeningen vragen om gespecialiseerde diagnostiek.

4. Circadiane slaap-waakritmestoornissen

Je biologische klok helpt bepalen wanneer je lichaam wakker zijn en slaap ondersteunt. Die timing verschilt van persoon tot persoon.

De één is van nature wat vroeger. De ander later. Dat noemen we chronotype. Een avondmens zijn is op zichzelf geen slaapstoornis.

Bij een circadiane slaap-waakritmestoornis ontstaat een aanhoudend probleem met de timing van slaap en wakker zijn.

Bijvoorbeeld doordat je biologische timing structureel veel later ligt dan de tijden waarop je vanwege werk of school moet slapen en opstaan.

Ook jetlag en ploegendienst kunnen circadiane slaap-waakproblemen veroorzaken. Het gaat dus niet simpelweg om een ‘ontregelde biologische klok’. De precieze mismatch verschilt per aandoening.

5. Parasomnieën

Parasomnieën zijn ongewenste gebeurtenissen of ervaringen die optreden tijdens de slaap of bij de overgang tussen slapen en wakker zijn.

Voorbeelden zijn:

Niet iedere bijzondere gebeurtenis tijdens de slaap is automatisch een slaapstoornis.

Een kind dat een keer slaapwandelt of iemand die af en toe een nachtmerrie heeft, hoeft bijvoorbeeld niet direct behandeld te worden.

De frequentie, ernst, veiligheid en gevolgen bepalen mede of verder onderzoek nodig is.

6. Slaapgerelateerde bewegingsstoornissen

Binnen deze groep spelen bewegingen of lichamelijke sensaties rond de slaap een belangrijke rol. Het restless legs syndroom, oftewel rusteloze benen, is een bekend voorbeeld.

Daarbij ontstaat een sterke drang om de benen te bewegen, meestal samen met onaangename sensaties.

De klachten ontstaan of worden erger tijdens rust, verminderen tijdelijk door beweging en zijn meestal ’s avonds of ’s nachts sterker.

Ook slaapbruxisme, waarbij onder andere tandenknarsen of klemmen tijdens de slaap kan voorkomen, wordt binnen de slaapgeneeskunde bij de slaapgerelateerde bewegingsstoornissen geplaatst.


Eén klacht kan verschillende oorzaken hebben

Dit is misschien wel een van de belangrijkste dingen om te begrijpen. ‘Ik slaap slecht’ vertelt nog niet wat er aan de hand is. Moeite met inslapen kan bijvoorbeeld passen bij insomnie. Maar wanneer je biologische klok veel later staat, kan een circadiane ritmestoornis een betere verklaring zijn.

Overdag moe zijn kan ontstaan door slapeloosheid, maar ook door slaaptekort, lichamelijke of psychische klachten of allerlei andere omstandigheden.

En moeite om wakker te blijven vraagt weer om een andere beoordeling dan alleen weinig energie hebben.

Daarom is de juiste vraag niet alleen:

“Hoe kan ik beter slapen?”

Maar ook:

“Wat is hier eigenlijk aan de hand?”


Waardoor ontstaan slaapstoornissen?

Daar bestaat geen algemeen antwoord op. De verschillende slaapstoornissen hebben verschillende mechanismen en risicofactoren.

Het is daarom te eenvoudig om te zeggen dat slaapstoornissen vooral ontstaan door stress, angst, slechte slaapgewoonten of een verkeerde slaapkamer.

Stress kan bij sommige slaapproblemen een rol spelen. Slaaptekort kan bepaalde klachten versterken. Medicijnen kunnen invloed hebben.

Lichamelijke of neurologische aandoeningen kunnen relevant zijn. En bij sommige slaapstoornissen spelen genetische of biologische factoren een belangrijke rol.

Maar de oorzaak verschilt per aandoening. Slechte slaapgewoonten zijn niet automatisch de oorzaak. Veel informatie over slaap begint met slaaphygiëne.

Ga iedere dag op dezelfde tijd naar bed. Vermijd schermen. Maak je slaapkamer donker. Drink geen koffie. Ontspan voor het slapengaan.

Sommige gewoonten kunnen natuurlijk invloed hebben op slaap. Maar een slaapstoornis ontstaat niet automatisch doordat je je slaaproutine niet goed genoeg uitvoert.

Iemand met slaapapneu behandelt de ademhalingsproblemen niet door een betere avondroutine. Iemand met narcolepsie lost de neurologische slaap-waakstoornis niet op door de telefoon eerder weg te leggen. En iemand met chronische insomnie heeft meestal meer nodig dan algemene slaaphygiëne.

Het is daarom belangrijk dat het advies past bij het probleem.

Hoe weet je of je een slaapstoornis hebt?

Dat kun je niet altijd zelf vaststellen. Bij sommige klachten kan het patroon behoorlijk duidelijk zijn. Bij andere slaapstoornissen is aanvullend onderzoek nodig.

Een arts of andere deskundige kan onder andere kijken naar:

  • welke klachten je hebt;
  • wanneer ze optreden;
  • hoe lang ze bestaan;
  • hoe vaak ze voorkomen;
  • hoeveel gelegenheid je hebt om te slapen;
  • welke gevolgen je overdag ervaart;
  • welke medicijnen of middelen je gebruikt;
  • of andere lichamelijke of psychische klachten een rol kunnen spelen.

Een slaapdagboek kan daarbij nuttige informatie geven. Bij bepaalde aandoeningen kan daarnaast een slaaponderzoek nodig zijn.

Heb je altijd een slaaponderzoek nodig?

Nee, dat hangt af van de vermoedelijke slaapstoornis. Chronische insomnie wordt bijvoorbeeld meestal niet vastgesteld met een slaaponderzoek.

Bij een vermoeden van slaapapneu is objectief slaaponderzoek juist wel belangrijk. Bij narcolepsie kan gespecialiseerd slaaponderzoek nodig zijn.

En bij bepaalde parasomnieën kan video-polysomnografie worden gebruikt wanneer de diagnose onduidelijk is of ander nachtelijk gedrag moet worden uitgesloten.

Het onderzoek moet dus passen bij de vraag.


Hoe worden slaapstoornissen behandeld?

Ook daar bestaat geen algemene behandeling voor. De juiste aanpak hangt af van de diagnose. Bij chronische insomnie is cognitieve gedragstherapie voor insomnie, CGT-I, een bewezen effectieve behandeling.

Bij obstructieve slaapapneu kunnen afhankelijk van de situatie bijvoorbeeld CPAP, een mandibulair repositieapparaat, positietherapie of andere medische behandelingen worden ingezet.

Bij circadiane slaap-waakritmestoornissen kunnen strategisch getimed licht, een aangepast slaap-waakschema en in bepaalde situaties melatonine worden gebruikt.

Bij narcolepsie en idiopathische hypersomnie kan medicatie een belangrijke rol spelen.

Bij sommige parasomnieën is vooral veiligheid belangrijk en is helemaal geen behandeling nodig wanneer episodes weinig voorkomen en geen problemen veroorzaken.

De behandeling van ‘een slaapstoornis’ bestaat dus niet.

Eerst moet duidelijk zijn welk probleem je probeert te behandelen.

En slaapmedicatie?

Slaapmedicatie kan in bepaalde situaties een rol spelen. Maar een slaappil is geen algemene behandeling voor alle slaapstoornissen.

Bij chronische slapeloosheid verandert slaapmedicatie bijvoorbeeld niet automatisch de processen die het probleem in stand houden.

Bij slaapapneu behandelt een gewoon slaapmiddel de vernauwing van de luchtweg niet. En bij een circadiane stoornis moet juist worden gekeken naar de timing van de biologische klok.

Gebruik daarom niet op eigen initiatief slaapmedicatie om een aanhoudend slaapprobleem op te lossen.


Wanneer hulp zoeken?

Niet iedere slechte nacht vraagt om professionele hulp. Maar je hoeft ook niet te wachten totdat je volledig bent vastgelopen.

 Het is verstandig om verder te laten kijken wanneer slaapproblemen langere tijd aanhouden en duidelijk invloed hebben op je functioneren.

Ook bepaalde klachten vragen eerder om medische beoordeling.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • waargenomen ademstops tijdens de slaap;
  • luid snurken in combinatie met happen naar lucht of duidelijke klachten overdag;
  • ernstige slaperigheid waarbij je moeite hebt om wakker te blijven;
  • onbedoeld in slaap vallen;
  • plotseling verlies van spierkracht bij emoties;
  • opvallend of gevaarlijk gedrag tijdens de slaap;
  • aanhoudende rusteloze benen;
  • langdurige slapeloosheid die steeds meer invloed krijgt op je dagelijks leven.

Vooral wanneer je moeite hebt om wakker te blijven tijdens het autorijden of andere gevaarlijke activiteiten, is het belangrijk om daar niet doorheen te proberen vechten.

Wat kan SlaapBalans betekenen?

Niet ieder slaapprobleem vraagt om dezelfde zorg.

Bij klachten die kunnen wijzen op een medische slaapstoornis, zoals slaapapneu, narcolepsie of andere aandoeningen die specialistisch onderzoek nodig hebben, hoort medische diagnostiek voorop te staan.

Slaapcoaching vervangt dat onderzoek niet. Bij langdurige slapeloosheid ligt dat anders.

Daar kunnen gedrag, gedachten over slaap, spanning rond slapen en gewoonten die het probleem onbedoeld in stand houden een belangrijke rol spelen.

Dan kan een gedragsmatige aanpak juist passend zijn. Daarom vinden we het belangrijk om niet alleen te kijken naar hoe slecht je slaapt.

We willen eerst begrijpen welk slaapprobleem er daadwerkelijk speelt.

Conclusie

Een slaapstoornis betekent niet simpelweg dat je slecht slaapt. Er bestaan verschillende slaapstoornissen met verschillende oorzaken, symptomen en behandelingen.

Sommige hebben vooral te maken met moeite met slapen.

Andere met ademhaling, overmatige slaperigheid, de biologische klok, bewegingen of bijzondere gebeurtenissen tijdens de slaap.

Daarom is het belangrijk om normale variatie in slaap niet onnodig tot een probleem te maken.

Een paar slechte nachten, af en toe wakker worden of van nature later slapen betekent niet automatisch dat je een slaapstoornis hebt.

Maar aanhoudende klachten die je functioneren beïnvloeden verdienen wel aandacht. Je hoeft daarvoor niet eerst volledig uitgeput thuis te komen zitten.

De eerste stap is ook niet om zoveel mogelijk slaapregels, supplementen of hulpmiddelen uit te proberen.

De eerste stap is begrijpen wat er daadwerkelijk aan de hand is. Want pas als je weet welk probleem je probeert op te lossen, kun je bepalen welke aanpak daarbij past.


Reactie plaatsen