
Wat is het Ploegendienst-Syndroom?
Wat is een ploegendienst-slaapstoornis?
Je komt ’s ochtends thuis na een nachtdienst. Eigenlijk ben je uitgeput. Maar zodra je in bed ligt, blijkt slapen helemaal niet zo vanzelfsprekend.
Buiten wordt het licht. De wereld komt op gang. En je lichaam lijkt ondanks de vermoeidheid niet dezelfde lange slaap te willen maken die ’s nachts wel lukt.
Een paar dagen later moet je juist weer vroeg beginnen. De wekker gaat terwijl je lichaam nog volop in zijn biologische nacht zit.
Werken in ploegendiensten vraagt soms behoorlijk wat van slaap en alertheid. Maar niet iedereen die ploegendiensten werkt en daardoor af en toe slecht slaapt, heeft een slaapstoornis.
Wanneer slapeloosheid en/of overmatige slaperigheid langdurig samenhangen met het werkrooster en het dagelijks functioneren beïnvloeden, kan er sprake zijn van een ploegendienst-slaapstoornis.
Internationaal wordt dit Shift Work Disorder genoemd.
Wat is een ploegendienst-slaapstoornis?
Een ploegendienst-slaapstoornis behoort tot de circadiane slaap-waakritmestoornissen.
Het probleem ontstaat doordat de tijden waarop je volgens je werkrooster wakker moet zijn en slapen niet goed aansluiten bij de timing van je biologische klok.
Dat zien we vooral bij:
- nachtdiensten;
- vroege ochtenddiensten;
- wisselende diensten;
- roterende diensten;
- en andere werkschema’s die overlappen met de gebruikelijke slaapperiode.
Je moet dan wakker zijn op een moment waarop je biologische systeem slaap bevordert. En je probeert te slapen op een moment waarop je biologische klok juist wakker zijn ondersteunt. Dat kan behoorlijk botsen.
Ploegendienst betekent niet automatisch een slaapstoornis
Stel dat je drie nachtdiensten hebt gewerkt. Overdag slaap je korter dan normaal en tijdens je laatste nachtdienst moet je behoorlijk vechten tegen de slaap. Dat is niet vreemd.
Je werkt tegen een sterke biologische neiging tot slapen in en probeert vervolgens te slapen op een biologisch minder gunstig tijdstip.
Dat je daar last van hebt, betekent niet meteen dat je een aandoening hebt.
Bij een ploegendienst-slaapstoornis zijn de klachten aanhoudend, duidelijk gekoppeld aan het werkschema en voldoende ernstig om van een slaapstoornis te spreken.
Wanneer spreken we van Shift Work Disorder?
Voor de officiële diagnose moet er sprake zijn van slapeloosheid en/of overmatige slaperigheid in combinatie met een vermindering van de totale slaaptijd.
Deze klachten moeten samenhangen met een terugkerend werkschema dat overlapt met de tijd waarop je normaal gesproken zou slapen. De klachten moeten minimaal drie maanden bestaan.
Daarnaast moet worden bekeken of een andere slaapstoornis, medische aandoening, psychische aandoening, medicatie, middelengebruik of onvoldoende slaap een betere verklaring geeft.
Voor diagnostiek wordt doorgaans ook gedurende minimaal twee weken naar het slaap-waakpatroon gekeken, bijvoorbeeld met een slaapdagboek en waar mogelijk actigrafie. Het gaat dus om meer dan: “Ik werk nachtdiensten en ben moe.”
Waarom is slapen overdag zo lastig?
Slaap wordt onder andere gereguleerd door twee belangrijke processen: slaapdruk en je biologische klok.
Hoe langer je wakker bent, hoe groter normaal gesproken de slaapdruk wordt. Na een nachtdienst kan die slaapdruk behoorlijk hoog zijn.
Dat helpt je om in slaap te vallen. Maar tegelijkertijd begint in de ochtend een ander proces tegen te werken.
Licht en je biologische klok ondersteunen steeds sterker het wakker zijn. Je probeert dus te slapen op een moment waarop je lichaam biologisch alweer richting de actieve fase beweegt.
Daarom kan iemand na een nachtdienst doodmoe naar bed gaan en toch eerder wakker worden dan gewenst.
Dat is geen gebrek aan discipline. Het is een logisch gevolg van de manier waarop onze slaap-waakregulatie werkt.
Waarom ben je tijdens een nachtdienst zo slaperig?
’s Nachts gebeurt het tegenovergestelde. Je moet wakker blijven terwijl je biologische klok juist slaap bevordert. Vooral in de tweede helft van de nacht en vroege ochtend kan de neiging tot slapen sterk zijn.
- Je merkt misschien dat gesprekken meer moeite kosten.
- Je leest dezelfde zin drie keer.
- Je reactievermogen wordt trager.
- Of je hebt tijdens een rustig moment moeite om je ogen open te houden.
Dat is meer dan alleen weinig energie hebben. Het kan echte slaperigheid zijn: moeite hebben om wakker en alert te blijven.
Slaperigheid is iets anders dan vermoeidheid
In het dagelijks leven gebruiken we die woorden gemakkelijk door elkaar. Toch is het verschil belangrijk. Vermoeidheid betekent bijvoorbeeld dat je weinig energie hebt of je uitgeput voelt.
Slaperigheid betekent dat je daadwerkelijk moeite hebt om wakker te blijven en gemakkelijk in slaap zou kunnen vallen.
Bij ploegendienstwerk kunnen beide voorkomen.
Voor de ploegendienst-slaapstoornis is overmatige slaperigheid tijdens de periode waarin je volgens je rooster wakker moet zijn een belangrijk mogelijk kenmerk.
Welke klachten kunnen voorkomen
De twee belangrijkste slaapgerelateerde klachten zijn:
- moeite met slapen wanneer je volgens het rooster zou moeten slapen;
- overmatige slaperigheid wanneer je juist wakker moet zijn.
Daarnaast kunnen mensen bijvoorbeeld merken dat:
- de totale slaapduur korter wordt;
- concentreren moeilijker gaat;
- de alertheid tijdens werk afneemt;
- fouten gemakkelijker ontstaan;
- de stemming of prikkelbaarheid verandert;
- herstel meer vrije tijd vraagt;
- sociale activiteiten onder druk komen te staan.
Niet iedereen ervaart precies hetzelfde. Ook het soort dienst maakt veel verschil.
De impact overdag en thuis
Misschien lukt werken nog prima. Je verschijnt gewoon op tijd. Je doet je werk. Je collega’s merken weinig. Maar je merkt zelf wel hoeveel het kost.
Na een reeks nachtdiensten heb je een groot deel van je vrije tijd nodig om bij te slapen.
Je bent thuis minder scherp. Je hebt minder geduld. En activiteiten met je gezin of vrienden schieten er sneller bij in omdat je vooral probeert te herstellen.
Bij anderen gaat het verder. Ze hebben tijdens het werk moeite om wakker te blijven. Maken fouten. Vallen tijdens rustige momenten bijna in slaap. Of merken dat autorijden na een nachtdienst niet meer veilig voelt.
Je hoeft niet eerst volledig vast te lopen voordat de gevolgen van ploegendienst serieus genomen mogen worden.
Waarom kan niet iedereen zich gewoon aanpassen?
Omdat onze biologische klok zich niet zomaar volledig omdraait zodra het werkrooster verandert. Licht is een van de belangrijkste signalen waarmee de biologische klok zich afstemt op de omgeving.
Overdag krijgen we normaal gesproken veel licht. ’s Nachts veel minder. Een nachtdienst vraagt precies het tegenovergestelde gedrag:
- ’s nachts wakker en actief zijn;
- overdag slapen.
Toch blijft iemand vaak blootgesteld aan ochtend- en daglicht en leeft diegene op vrije dagen weer gedeeltelijk volgens het normale dag-nachtritme.
Daardoor vindt volledige circadiane aanpassing vaak niet plaats. Bij snel wisselende roosters is volledige aanpassing bovendien meestal geen realistisch doel.
Is je biologische klok dan ontregeld?
Het woord ‘ontregeld’ klinkt alsof er iets kapot is. Dat is meestal niet de beste manier om ernaar te kijken. Je biologische klok doet juist wat hij hoort te doen.
Hij reageert op licht, donkerte en andere tijdsignalen. Het probleem is dat je werkschema iets anders van je vraagt dan het ritme waarop je lichaam op dat moment is afgestemd.
Er ontstaat dus vooral een mismatch tussen biologische tijd en sociale of werktijd.
Welke diensten zijn het lastigst?
Dat verschilt per persoon en rooster. Nachtdiensten zijn een duidelijke uitdaging omdat werken plaatsvindt tijdens de biologische nacht. Maar zeer vroege diensten kunnen eveneens lastig zijn.
Wanneer je om 04.30 uur moet opstaan, is het verleidelijk om simpelweg eerder naar bed te gaan. Alleen betekent eerder naar bed gaan niet automatisch dat je lichaam ook eerder kan slapen.
Je biologische klok kan op dat moment nog relatief sterk wakker zijn ondersteunen. Daardoor kan de totale slaapduur afnemen
Ook snel wisselende roosters kunnen lastig zijn omdat er weinig gelegenheid is om aan één patroon te wennen.
Speelt je chronotype een rol?
Ja, individuele verschillen kunnen invloed hebben op hoe iemand bepaalde diensten ervaart. Iemand met een relatief laat chronotype kan bijvoorbeeld meer moeite hebben met zeer vroege diensten.
Een vroege slaper kan juist meer moeite ervaren met langdurig wakker blijven tijdens nachtdiensten.
Chronotype is echter maar één onderdeel.
Leeftijd, thuissituatie, reistijd, werkbelasting, roosteropbouw, lichtblootstelling en hoeveel gelegenheid iemand werkelijk krijgt om te slapen spelen eveneens mee.
Er bestaat daarom geen perfect ploegendienstschema dat voor iedereen hetzelfde werkt.
Kun je je biologische klok volledig aanpassen aan nachtdiensten?
Soms gedeeltelijk. Bij permanente of langdurige nachtdiensten kan gerichte lichtblootstelling en een vrij stabiel slaapschema helpen om de biologische klok gedeeltelijk richting het nachtwerk te verschuiven.
Maar volledige aanpassing is niet altijd haalbaar of wenselijk. Zeker niet wanneer je op vrije dagen weer overdag met gezin, vrienden of andere verplichtingen wilt leven.
Bij snel roterende diensten heeft het weinig zin om je biologische klok voortdurend volledig te proberen omdraaien. Tegen de tijd dat je lichaam zich begint aan te passen, verandert het rooster alweer.
De strategie moet daarom passen bij het rooster.
Moet je op vrije dagen exact hetzelfde slaapritme aanhouden?
Nee, dat advies is te zwart-wit. Voor iemand met permanente nachtdiensten kan een relatief stabiel patroon nuttig zijn.
Maar voor iemand die slechts enkele nachtdiensten draait en daarna weer overdag moet functioneren, kan exact hetzelfde slaapritme op vrije dagen juist onpraktisch zijn.
Je hoeft dus niet iedere vrije dag overdag te slapen omdat regelmaat zogenaamd altijd belangrijker is.
Het doel is niet een perfect schema.
Het doel is voldoende slaap krijgen en de mismatch tussen je biologische klok, werk en sociale leven zo goed mogelijk beheersen.
Licht als hulpmiddel
Licht is een krachtig signaal voor de biologische klok. Daarom kan gericht gebruik van licht onderdeel zijn van de aanpak bij ploegendienst.
Fel licht tijdens een nachtdienst kan bijvoorbeeld de alertheid ondersteunen.
Bij mensen die zich daadwerkelijk gedeeltelijk aan een vast nachtwerkritme willen aanpassen, kan de timing van fel licht ook worden gebruikt om de biologische klok te verschuiven.
Maar timing is belangrijk. Licht op het verkeerde moment kan de biologische klok juist een andere richting op verschuiven.
Daarom is: “Gebruik gewoon veel licht” geen volledig advies.
En licht na de nachtdienst?
Wanneer je na een nachtdienst naar huis gaat, krijg je vaak veel ochtendlicht. Dat is een sterk tijdsignaal voor je biologische klok.
Bij bepaalde strategieën waarbij iemand zich aan nachtwerk probeert aan te passen, kan het daarom zinvol zijn om de blootstelling aan fel ochtendlicht te beperken.
Maar ook dit is geen universele regel voor iedere ploegendienstwerker.
Wanneer je slechts kort nachtdiensten draait en daarna weer terug wilt naar een dagritme, kan een andere strategie logischer zijn. Licht moet daarom altijd in combinatie met het rooster worden bekeken.
Zorg dat je slaapomgeving overdag helpt
Overdag slapen is biologisch lastiger. Daar komt bij dat de omgeving overdag vaak onrustiger is.
- Verkeer.
- Buren.
- Kinderen.
- De deurbel.
- Daglicht.
Daarom kan het praktisch helpen om de slaapkamer voldoende donker en rustig te maken. Verduisterende gordijnen, een slaapmasker of oordoppen kunnen daarbij nuttige hulpmiddelen zijn.
Niet omdat perfecte duisternis noodzakelijk is voor goede slaap. Maar omdat je overdag simpelweg meer omgevingsprikkels hebt die je slaap kunnen onderbreken.
Moet de slaapkamer perfect zijn?
Nee, ook bij ploegendienst willen we voorkomen dat slaap een project wordt waarvoor alles perfect moet zijn. Je hebt geen specifieke matras, temperatuur tot op de graad of volledig geluiddichte kamer nodig om te kunnen slapen.
Kijk vooral naar de verstoringen die daadwerkelijk relevant zijn.
Word je iedere middag wakker van licht? Dan kan verduistering zinvol zijn.
Word je wakker van verkeer? Dan kunnen oordoppen helpen.
Heb je daar geen last van? Dan hoeft het ook niet opgelost te worden.
Kunnen dutjes helpen?
Ja, strategisch geplande dutjes kunnen bij ploegendienst nuttig zijn.
Een dutje vóór een nachtdienst kan bijvoorbeeld helpen om de totale hoeveelheid slaap te vergroten en de slaperigheid tijdens de nacht te verminderen.
In sommige werkomgevingen is ook een gepland dutje tijdens een nachtdienst mogelijk.
Dat kan de alertheid ondersteunen. Maar het advies uit het oude artikel om je slaap standaard over twee of drie blokken te verdelen is te algemeen. Niet iedereen hoeft gefragmenteerd te slapen.
Wanneer je na een nachtdienst voldoende kunt slapen in één hoofdperiode, is er geen reden om die slaap bewust in stukken te knippen.
Let op slaapinertie na een dutje
Een dutje kan helpen tegen slaperigheid. Maar direct na het wakker worden kun je tijdelijk juist suffer zijn. Dat noemen we slaapinertie.
Dat is vooral relevant wanneer je na een dutje meteen moet autorijden, machines bedienen of ander veiligheidsgevoelig werk moet doen.
Plan waar mogelijk wat tijd tussen wakker worden en taken waarvoor maximale alertheid nodig is. Cafeïne tijdens ploegendienst, cafeïne kan tijdelijk de alertheid verhogen, dat kan tijdens een nachtdienst nuttig zijn. Maar het moment waarop je cafeïne gebruikt is belangrijk. Cafeïne blijft namelijk meerdere uren in het lichaam actief.
Wanneer je kort voor het einde van je nachtdienst veel cafeïne gebruikt, kan dat het slapen na thuiskomst moeilijker maken. Het doel is daarom niet: zo veel mogelijk cafeïne om de nacht door te komen.
Gebruik het strategisch op momenten waarop het voordeel voor alertheid groter is dan de mogelijke invloed op de volgende slaap.
Moet je cafeïne volledig vermijden?
Nee, ook hier is een totaalverbod meestal niet nodig. Voor iemand die nachtdiensten werkt kan cafeïne juist een praktisch hulpmiddel zijn om alertheid te ondersteunen. Het gaat vooral om hoeveelheid, timing en individuele gevoeligheid.
Wanneer jij na een kop koffie nog prima kunt slapen, hoef je niet dezelfde regels te volgen als iemand die acht uur later nog duidelijk effect merkt.
Hoe zit het met eten tijdens de nachtdienst?
Je spijsvertering en stofwisseling volgen eveneens een dag-nachtritme. Daarom wordt onderzocht hoe de timing van maaltijden tijdens nachtwerk gezondheid en alertheid beïnvloedt.
Het is niet nodig om daar meteen een ingewikkeld eetschema van te maken. Grote, zware maaltijden midden in de biologische nacht kunnen voor sommige mensen onprettig zijn.
Een lichtere maaltijd of snack kan praktischer zijn. Welke aanpak passend is, hangt ook af van gezondheid, medicatie en het soort werk.
Bij bijvoorbeeld diabetes gelden mogelijk andere adviezen.
Bewegen
Regelmatige lichaamsbeweging is goed voor de algemene gezondheid en kan slaap ondersteunen. Maar sporten is geen behandeling waarmee je een ploegendienst-slaapstoornis oplost.
Ook de regel dat je nooit vlak voor het slapen intensief mag sporten is te absoluut. Sommige mensen slapen daar prima na. Anderen merken dat ze er juist langer alert van blijven. Kijk daarom naar je eigen reactie in plaats van automatisch nog een slaapregel toe te voegen.
Kan melatonine helpen?
Melatonine kan in bepaalde situaties helpen bij slaap rond ploegendienst. Maar melatonine is geen algemene slaappil en timing is belangrijk.
Het hormoon is vooral een biologisch tijdsignaal. Afhankelijk van wanneer het wordt ingenomen, kan het invloed hebben op slaap en op de timing van de biologische klok.
Daarom is er geen standaardadvies dat voor iedereen geldt, zoals: “Neem melatonine na je nachtdienst.”
Bij mensen met een vastgestelde ploegendienst-slaapstoornis kan een arts of slaapdeskundige beoordelen of melatonine zinvol is en hoe het binnen het rooster past.
Houd er bovendien rekening mee dat melatonine tijdelijk slaperigheid kan geven. Dat is belangrijk wanneer je daarna nog moet autorijden of werken.
En slaapmedicatie?
Slaapmedicatie is geen standaardoplossing voor de biologische mismatch die bij ploegendienst ontstaat.
Een slaapmiddel kan iemand mogelijk helpen slapen, maar verandert daarmee niet automatisch de timing van de biologische klok.
Bovendien kunnen slaapmiddelen bijwerkingen geven en de alertheid na het ontwaken beïnvloeden.
Zeker bij ploegendienst, waarbij veilig functioneren en autorijden belangrijke aandachtspunten zijn, moet daar zorgvuldig mee worden omgegaan.
Gebruik slaapmedicatie daarom niet op eigen initiatief om een wisselend rooster ‘werkbaar’ te maken.
Kan CGT-I helpen?
Wanneer iemand naast de circadiane mismatch ook duidelijke slapeloosheidsklachten heeft, kan CGT-I relevant zijn. CGT-I staat voor cognitieve gedragstherapie voor insomnie.
Het is de eerste keus behandeling voor chronische slapeloosheid. Maar ploegendienst-slaapstoornis is niet simpelweg hetzelfde als chronische insomnie.
Bij ploegendienst speelt de timing van werk en slaap ten opzichte van de biologische klok een centrale rol. Daarom moet behandeling aansluiten bij beide aspecten wanneer ze samen voorkomen.
De terugrit na een nachtdienst
Dit onderdeel verdient extra aandacht. Na een nachtdienst kun je denken: Ik ben moe, maar ik red die twintig minuten naar huis wel.
Slaperigheid achter het stuur is echter een serieus veiligheidsrisico.
Wanneer je merkt dat je moeite hebt om je ogen open te houden, stukken van de rit nauwelijks bewust hebt meegemaakt of bijna indommelt, is doorrijden geen kwestie van wilskracht.
Dan ben je onvoldoende alert om veilig te rijden. Een open raam, harde muziek of jezelf knijpen maakt ernstige slaperigheid niet veilig.
Regel dan een andere oplossing of zorg dat je eerst voldoende herstelt voordat je rijdt.
Hoe wordt een ploegendienst-slaapstoornis vastgesteld?
Er bestaat geen bloedtest waarmee Shift Work Disorder kan worden aangetoond. De diagnose is vooral gebaseerd op:
- het werkrooster;
- de slaaptijden;
- de aanwezigheid van slapeloosheid en/of overmatige slaperigheid;
- de duur van de klachten;
- en het uitsluiten van andere verklaringen.
Een slaapdagboek gedurende minimaal twee weken kan helpen om het patroon zichtbaar te maken. Waar mogelijk kan actigrafie aanvullende informatie geven over slaap-waaktijden.
Een uitgebreid slaaponderzoek is niet standaard nodig voor iedere ploegendienstwerker. Dat kan wel nodig zijn wanneer er aanwijzingen zijn voor bijvoorbeeld slaapapneu, narcolepsie of een andere slaapstoornis.
Andere oorzaken niet vergeten
Niet iedere ploegendienstwerker die moe is, heeft Shift Work Disorder.
- Misschien krijg je simpelweg structureel te weinig gelegenheid om te slapen.
- Misschien speelt slaapapneu.
- Misschien is er sprake van chronische insomnie.
- Of een medische aandoening, medicatie of andere factor beïnvloedt je alertheid.
Daarom is het belangrijk om niet automatisch alle klachten aan het rooster toe te schrijven.
Zeker ernstige overmatige slaperigheid verdient verdere beoordeling.
Wanneer hulp zoeken?
Bespreek je klachten met de huisarts wanneer je gedurende langere tijd:
- grote moeite hebt om te slapen rond je diensten;
- structureel veel minder slaapt dan je nodig hebt;
- tijdens werk moeite hebt om wakker te blijven;
- onbedoeld in slaap valt;
- duidelijke concentratie- of functioneringsproblemen ervaart;
- steeds meer vrije tijd nodig hebt om te herstellen;
- merkt dat je stemming of dagelijks leven duidelijk wordt beïnvloed;
- of niet meer veilig kunt autorijden na een dienst.
Ook wanneer je luid snurkt, ademstops hebt, naar lucht hapt tijdens de slaap of ondanks voldoende slaap extreem slaperig blijft, is het verstandig om andere slaapstoornissen te laten uitsluiten.
Wat kun je zelf als eerste bekijken?
Begin niet met twintig slaapregels. Kijk eerst naar je rooster.
- Wanneer moet je werken?
- Wanneer kun je realistisch slapen?
- Hoeveel slaap krijg je werkelijk binnen 24 uur?
- Op welke diensten ontstaan de meeste problemen?
- Wanneer ben je het meest slaperig?
- En welke praktische factoren verstoren je slaap daadwerkelijk?
Van daaruit kun je gerichter kijken naar bijvoorbeeld:
- slaaptiming;
- dutjes;
- licht
- cafeïne;
- en de slaapomgeving.
Dat is zinvoller dan proberen een perfecte slaaproutine te volgen die helemaal niet past bij je werk.
Kun je gezond slapen met ploegendienst?
Ploegendienst maakt slapen vaak ingewikkelder. Daar hoeven we niet omheen te draaien. Je vraagt regelmatig iets van je lichaam op een tijdstip waarop de biologische klok iets anders ondersteunt.
Maar dat betekent niet dat iedere ploegendienstwerker automatisch een slaapstoornis ontwikkelt of voortdurend slecht moet slapen.
Sommige mensen kunnen behoorlijk goed met hun rooster omgaan. Anderen blijven ondanks allerlei aanpassingen veel klachten houden.
Die individuele verschillen zijn belangrijk. De oplossing is daarom niet om jezelf de schuld te geven wanneer je lichaam moeite heeft met nacht- of wisseldiensten. Soms is het rooster zelf simpelweg een belangrijk deel van het probleem.
Conclusie
Een ploegendienst-slaapstoornis, internationaal Shift Work Disorder genoemd, is een circadiane slaap-waakritmestoornis die kan ontstaan wanneer werkuren structureel overlappen met de tijd waarop je biologische klok slaap ondersteunt.
Kenmerkend zijn aanhoudende slapeloosheid en/of overmatige slaperigheid in samenhang met het werkrooster en een vermindering van de totale slaaptijd.
Maar ploegendienst werken betekent niet automatisch dat je deze slaapstoornis hebt.
Minder goed slapen na een nachtdienst of slaperig worden tijdens de biologische nacht is op zichzelf een begrijpelijke reactie van het lichaam.
Het wordt een ander verhaal wanneer de klachten langdurig blijven bestaan en duidelijk invloed krijgen op je functioneren, veiligheid en dagelijks leven. De beste aanpak bestaat niet uit zoveel mogelijk slaapregels.
Het gaat om begrijpen hoe jouw rooster botst met je biologische klok en vervolgens gericht kijken naar slaaptiming, voldoende slaapgelegenheid, licht, dutjes, cafeïne en andere factoren die in jouw specifieke rooster relevant zijn.
En soms hoort daar ook een minder comfortabele conclusie bij: niet ieder lichaam kan ieder ploegendienstrooster goed verdragen.
Wanneer je ondanks goede aanpassingen structureel slecht slaapt, ernstig slaperig blijft of niet meer veilig kunt functioneren, is het verstandig om niet alleen jezelf verder aan te passen. Dan mag ook de vraag op tafel komen of het rooster zelf nog bij je past.
