
Wat is een Hypopneu Syndroom?
Wat is een hypopneu?
Misschien heb je na een slaaponderzoek een uitslag gekregen waarop staat: AHI: 12.
Of je leest woorden als:
- apneu;
- hypopneu;
- obstructief;
- zuurstofdaling.
Dan kan het behoorlijk lastig zijn om te begrijpen wat er tijdens je slaap nu eigenlijk is gemeten.
Een hypopneu is een tijdelijke vermindering van de ademhaling tijdens de slaap. Het is geen aparte slaapstoornis en ook geen voorstadium van slaapapneu.
Hypopneus zijn juist één van de ademhalingsgebeurtenissen waarnaar wordt gekeken bij het onderzoeken en vaststellen van onder andere obstructieve slaapapneu.
Wat gebeurt er bij een hypopneu?
Tijdens een hypopneu neemt de luchtstroom tijdelijk duidelijk af.
Je blijft dus ademen, maar gedurende een bepaalde periode stroomt er minder lucht naar binnen dan tijdens je normale ademhaling.
Volgens veelgebruikte criteria bij volwassenen wordt een hypopneu geregistreerd wanneer de luchtstroom gedurende minimaal tien seconden met ten minste 30 procent afneemt en dit samengaat met een relevante daling van het zuurstofgehalte of een korte ontwaakreactie van de hersenen, een zogenaamde arousal.
De precieze criteria kunnen verschillen afhankelijk van de gebruikte scoringsregels. Een hypopneu is dus iets specifieks dat tijdens slaaponderzoek wordt gemeten.
Het betekent niet simpelweg dat iemand ‘oppervlakkig ademt’.
Wat is het verschil tussen een apneu en een hypopneu?
Bij een apneu valt de luchtstroom tijdens de slaap vrijwel volledig weg. Bij een hypopneu neemt de luchtstroom duidelijk af, maar verdwijnt deze niet vrijwel volledig.
Beide gebeurtenissen kunnen tijdens dezelfde nacht voorkomen. Daarom wordt bij onderzoek naar slaapapneu meestal niet alleen gekeken naar het aantal apneus.
Ook hypopneus worden meegeteld.
Is een hypopneu hetzelfde als slaapapneu?
Nee, een hypopneu is een afzonderlijke ademhalingsgebeurtenis.
Obstructieve slaapapneu, afgekort OSA, is een slaapgerelateerde ademhalingsstoornis waarbij tijdens de slaap herhaaldelijk obstructieve ademhalingsgebeurtenissen optreden.
Daar kunnen volledige obstructies bij zitten: apneus. Maar ook gedeeltelijke obstructies: hypopneus.
Iemand kan tijdens een slaaponderzoek dus veel hypopneus hebben en weinig volledige apneus en toch passen binnen het ziektebeeld van obstructieve slaapapneu.
Het woord ‘apneu’ in de naam kan daardoor wat verwarrend zijn.
Is hypopneu een voorstadium van slaapapneu?
Nee, een hypopneu is niet een mildere aandoening die later kan veranderen in slaapapneu. Hypopneus maken juist deel uit van de ademhalingsgebeurtenissen waarmee slaapapneu wordt beoordeeld.
Je kunt het daarom beter niet zien als:
normale ademhaling → hypopneu → slaapapneu.
Zo werkt het niet.
Tijdens één nacht kan iemand normale ademhaling, hypopneus én apneus hebben.
Wat is een obstructieve hypopneu?
Bij een obstructieve hypopneu neemt de luchtstroom af doordat de bovenste luchtweg tijdens de slaap nauwer wordt.
De luchtweg is dus niet volledig afgesloten. Er kan nog lucht doorheen. Maar de doorgang is verminderd.
Tijdens slaaponderzoek kunnen verschillende signalen helpen om te beoordelen of een hypopneu waarschijnlijk obstructief is.
Denk bijvoorbeeld aan kenmerken van verhoogde weerstand in de bovenste luchtweg, veranderingen in de ademhalingsbeweging en soms snurken tijdens de gebeurtenis.
Bestaan er ook centrale hypopneus?
Ja, niet iedere hypopneu ontstaat door vernauwing van de bovenste luchtweg. Bij een centrale hypopneu neemt de ademhaling af doordat de ademhalingsaansturing en ademarbeid tijdelijk verminderen.
Dat is een ander mechanisme dan bij een obstructieve hypopneu. Daarom is het te eenvoudig om iedere hypopneu te omschrijven als een gedeeltelijke blokkade van de luchtweg.
Het onderscheid tussen obstructieve en centrale ademhalingsgebeurtenissen wordt gemaakt binnen medisch slaaponderzoek.
Wat is de AHI?
Wanneer je onderzoek hebt gehad naar slaapapneu, kom je waarschijnlijk de afkorting AHI tegen. AHI staat voor apneu-hypopneu-index.
Deze index geeft aan hoeveel apneus en hypopneus gemiddeld per uur slaap of registratietijd zijn gemeten, afhankelijk van het type onderzoek.
Stel: tijdens je slaap worden gemiddeld drie apneus en zeven hypopneus per uur geregistreerd. Dan dragen beide soorten gebeurtenissen bij aan de AHI.
Dat is precies waarom hypopneus belangrijk zijn binnen de diagnostiek van slaapapneu.
Betekent een hoge AHI automatisch dat je ernstige klachten hebt?
Nee, de AHI is een belangrijke meting, maar vertelt niet het hele verhaal. Twee mensen met dezelfde AHI kunnen heel verschillende klachten ervaren.
De één is overdag opvallend slaperig en heeft moeite om geconcentreerd te blijven. De ander functioneert overdag behoorlijk goed en merkt zelf nauwelijks iets.
Daarom wordt bij de beoordeling van slaapapneu niet alleen naar één getal gekeken.
Klachten, andere aandoeningen, het soort ademhalingsgebeurtenissen en de totale uitslag van het slaaponderzoek zijn eveneens belangrijk.
Wat gebeurt er met het zuurstofgehalte?
Een hypopneu kan ervoor zorgen dat het zuurstofgehalte in het bloed tijdelijk daalt. Maar dat gebeurt niet bij iedere ademhalingsgebeurtenis op precies dezelfde manier.
De grootte van een zuurstofdaling kan verschillen.
Bovendien kunnen bepaalde hypopneus worden geregistreerd omdat ze samengaan met een arousal, ook wanneer de zuurstofdaling beperkt is.
Daarom is het beeld:
minder lucht → altijd zuurstoftekort
te eenvoudig.
Slaaponderzoek kijkt naar meerdere signalen tegelijk.
Wat is een arousal?
Een arousal is een zeer korte verandering van de hersenactiviteit richting meer waakzaamheid. Dat hoeft niet te betekenen dat je bewust wakker wordt.
Je kunt de volgende ochtend dus helemaal niet weten dat zo’n reactie heeft plaatsgevonden. Wanneer de ademhaling tijdens de slaap wordt belemmerd, kan het zenuwstelsel reageren met zo’n korte activatie.
Daarna kan de ademhaling weer normaliseren.
Wanneer dit vaak gebeurt, kan de slaap herhaaldelijk worden onderbroken zonder dat je je al die momenten herinnert.
Word je van iedere hypopneu wakker?
Nee, je hoeft na een hypopneu niet rechtop in bed te zitten of bewust wakker te zijn. Sommige ademhalingsgebeurtenissen gaan samen met een korte arousal waarvan je je niets herinnert.
Andere gaan vooral samen met een zuurstofdaling.
Daarom kun je op basis van hoe vaak je je herinnert wakker te zijn geworden niet bepalen hoeveel hypopneus je hebt gehad.
Kun je zelf merken dat je hypopneus hebt?
Meestal niet rechtstreeks.
Je voelt tijdens de slaap niet:
“Nu heb ik een hypopneu.”
Sommige mensen merken zelfs nauwelijks iets van hun ademhalingsproblemen. Anderen hebben wel klachten of signalen die aanleiding geven voor verder onderzoek.
Bijvoorbeeld:
- luid of onregelmatig snurken;
- door een partner waargenomen ademstops;
- happen naar lucht tijdens de slaap;
- opvallende slaperigheid overdag;
- concentratieproblemen;
- wakker worden met een droge mond;
- regelmatig ’s nachts moeten plassen.
Geen van deze klachten bewijst op zichzelf dat er sprake is van slaapapneu.
Ze kunnen wel aanleiding zijn om verder te kijken.
Snurken en hypopneus
Snurken kan voorkomen bij obstructieve hypopneus. Wanneer de bovenste luchtweg nauwer wordt, kan de luchtstroom turbulenter worden en kunnen weefsels gaan trillen.
Dat kan geluid veroorzaken. Maar snurken betekent niet automatisch dat iemand hypopneus of slaapapneu heeft.
Veel mensen snurken zonder klinisch relevante slaapapneu. Andersom kan iemand slaapapneu hebben zonder dat luid snurken het meest opvallende symptoom is.
Een geluidsopname of snurkapp kan daarom geen hypopneus diagnosticeren.
Waarom ontstaan obstructieve hypopneus?
Obstructieve ademhalingsgebeurtenissen ontstaan door een samenspel van factoren. Tijdens de slaap verandert de activiteit van spieren die helpen de bovenste luchtweg open te houden.
Bij sommige mensen heeft de luchtweg daardoor een grotere neiging om te vernauwen of dicht te vallen.
Anatomische factoren kunnen daarbij een rol spelen.
Bijvoorbeeld:
- de bouw van kaak en bovenste luchtweg;
- vergrote amandelen;
- vetweefsel rond de bovenste luchtweg;
- of andere anatomische kenmerken.
- Maar anatomie is niet het hele verhaal.
Ook de regulatie van de ademhaling, de reactie van de spieren rond de luchtweg en hoe gemakkelijk iemand door ademhalingsveranderingen een arousal krijgt kunnen een rol spelen.
OSA is daarom complexer dan simpelweg ‘een te nauwe keel’.
Welke rol speelt lichaamsgewicht?
Overgewicht is een belangrijke risicofactor voor obstructieve slaapapneu.
Vetweefsel rond de bovenste luchtweg en veranderingen in de mechanica van de ademhaling kunnen de kans op obstructie vergroten.
Maar niet iedereen met overgewicht heeft slaapapneu. En niet iedereen met slaapapneu heeft overgewicht.
Ook mensen met een gezond lichaamsgewicht kunnen door anatomische of andere factoren obstructieve ademhalingsgebeurtenissen hebben.
Het lichaamsgewicht alleen kan de diagnose dus niet stellen of uitsluiten.
Welke rol speelt leeftijd?
Obstructieve slaapapneu komt vaker voor naarmate mensen ouder worden. Dat betekent niet dat ouder worden automatisch tot slaapapneu leidt.
De anatomie van de luchtweg, veranderingen in spierfunctie, lichaamsgewicht, hormonen en andere factoren kunnen allemaal bijdragen aan het veranderende risico.
Ook jongere volwassenen kunnen slaapapneu hebben.
Welke rol speelt slaaphouding?
Bij sommige mensen treden meer obstructieve ademhalingsgebeurtenissen op wanneer zij op hun rug slapen. Door de invloed van zwaartekracht en anatomie kan de bovenste luchtweg in die positie gemakkelijker vernauwen.
Dat noemen we positionele OSA wanneer het verschil duidelijk genoeg is. Maar niet iedereen heeft positionele slaapapneu.
Daarom hoeft niet iedereen die hypopneus heeft zichzelf aan te leren om koste wat kost op de zij te slapen. Een slaaponderzoek kan laten zien of lichaamshouding in jouw situatie daadwerkelijk een belangrijke rol speelt.
En roken?
Roken is in onderzoeken geassocieerd met slaapgerelateerde ademhalingsproblemen, maar het verband is complex. De oude uitleg dat roken simpelweg ‘de keelspieren ontspant’ en daardoor hypopneus veroorzaakt, is te stellig.
Stoppen met roken is om veel gezondheidsredenen verstandig. Maar het is geen universele behandeling waarmee slaapapneu automatisch verdwijnt.
Waarom kun je overdag last krijgen?
Wanneer iemand klinisch relevante obstructieve slaapapneu heeft, kunnen er overdag klachten ontstaan. Vooral overmatige slaperigheid is belangrijk.
Dat is iets anders dan alleen vermoeidheid.
Slaperigheid betekent dat je moeite hebt om wakker en alert te blijven of gemakkelijk in slaap valt.
Andere mensen ervaren vooral minder energie, concentratieproblemen of merken dat dagelijkse activiteiten meer moeite kosten.
Misschien lukt werken nog. Je doet wat er van je verwacht wordt. Maar vergaderingen kosten meer concentratie. Je aandacht zakt sneller weg. En aan het einde van de dag is er minder energie over.
Bij anderen is de impact veel groter.
Zij moeten vechten om wakker te blijven, vallen tijdens rustige momenten onbedoeld in slaap of kunnen niet meer veilig autorijden.
Niet iedereen met slaapapneu heeft dezelfde klachten.
Krijg je door hypopneus geen diepe slaap?
Dat kunnen we zo niet zeggen. Ademhalingsgebeurtenissen kunnen de slaap verstoren en arousals veroorzaken. Maar het populaire beeld dat iemand met slaapapneu ‘niet meer in diepe slaap komt’ is te simpel.
Mensen met slaapapneu kunnen wel degelijk diepe slaap en REM-slaap hebben.
Hoe sterk de slaaparchitectuur wordt beïnvloed verschilt per persoon en met de ernst en aard van de ademhalingsstoornis. Goede slaap draait bovendien niet om zoveel mogelijk diepe slaap verzamelen.
Zijn hypopneus gevaarlijk?
Eén losse hypopneu is niet hetzelfde als een gevaarlijke aandoening.
De medische betekenis ontstaat vooral wanneer ademhalingsgebeurtenissen herhaaldelijk optreden en onderdeel zijn van een slaapgerelateerde ademhalingsstoornis.
Obstructieve slaapapneu is geassocieerd met verschillende gezondheidsproblemen, waaronder hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten, diabetes type 2 en cognitieve problemen.
Maar daarbij is nuance belangrijk.
Een statistische samenhang betekent niet dat iedere persoon met een bepaalde AHI automatisch deze aandoeningen zal ontwikkelen.
Ook spelen andere risicofactoren vaak tegelijkertijd een rol. De medische relevantie van OSA moet daarom individueel worden beoordeeld.
Hoe worden hypopneus vastgesteld?
Je kunt hypopneus niet betrouwbaar vaststellen aan de hand van hoe je slaapt, een vragenlijst of alleen een smartwatch. Daarvoor is passend slaaponderzoek nodig.
Dat kan afhankelijk van de situatie bijvoorbeeld thuis plaatsvinden met poly(grafisch) onderzoek of uitgebreider in een slaapcentrum met polysomnografie.
Tijdens zo’n onderzoek worden verschillende signalen geregistreerd. Daarmee kan worden gekeken naar de ademhaling, luchtstroom, zuurstofsaturatie en andere relevante parameters.
Bij polysomnografie wordt daarnaast onder andere hersenactiviteit gemeten.
Kan mijn smartwatch hypopneus meten?
Consumentenhorloges en slaapapps kunnen interessante informatie geven. Sommige apparaten meten bijvoorbeeld zuurstofsaturatie of proberen ademhalingspatronen te herkennen.
Maar een melding van je horloge is geen diagnose. Ook een normale score sluit slaapapneu niet betrouwbaar uit.
Wanneer er duidelijke klachten of signalen zijn die bij slaapapneu kunnen passen, is medisch slaaponderzoek de aangewezen route.
Wanneer naar de huisarts?
Een keer snurken of moe wakker worden betekent niet dat je hypopneus of slaapapneu hebt.
Bespreek het wel met je huisarts wanneer er bijvoorbeeld sprake is van:
- luid en regelmatig snurken in combinatie met andere klachten;
- door een partner waargenomen ademstops;
- happen naar lucht of benauwd wakker worden;
- ernstige of onverklaarde slaperigheid overdag;
- onbedoeld in slaap vallen;
- concentratieproblemen in combinatie met andere signalen van slaapapneu;
- of wanneer je vanwege slaperigheid niet veilig kunt autorijden.
Vooral de combinatie van verschillende signalen is relevant.
Hoe worden veel hypopneus behandeld?
Een hypopneu zelf wordt niet los behandeld.
De vraag is eerst of de gemeten ademhalingsgebeurtenissen onderdeel zijn van een klinisch relevante slaapgerelateerde ademhalingsstoornis.
Bij obstructieve slaapapneu hangt de behandeling onder andere af van de ernst, klachten, anatomie, slaaphouding, andere aandoeningen en persoonlijke voorkeuren.
Mogelijke behandelingen zijn bijvoorbeeld:
- CPAP;
- een mandibulair repositieapparaat, ook wel MRA genoemd;
- positietherapie bij geschikte positionele OSA;
- gewichtsreductie wanneer overgewicht een relevante factor is;
- en in geselecteerde gevallen een operatieve of andere specialistische behandeling.
Niet iedereen heeft dezelfde behandeling nodig.
Wat doet CPAP?
CPAP staat voor Continuous Positive Airway Pressure. Via een masker wordt tijdens de slaap lucht onder positieve druk toegediend.
Die druk helpt voorkomen dat de bovenste luchtweg tijdens de slaap dichtvalt of sterk vernauwt. Daardoor kunnen zowel obstructieve apneus als obstructieve hypopneus verminderen.
CPAP is dus geen apparaat dat je leert om dieper te ademen. Het ondersteunt het openhouden van de luchtweg.
Wat is een MRA?
Een MRA is een mondbeugel die de onderkaak tijdens de slaap iets naar voren houdt. Daardoor kan er meer ruimte ontstaan in de bovenste luchtweg en kan de neiging tot obstructie verminderen.
Bij geschikte patiënten kan een MRA een effectieve behandeling voor obstructieve slaapapneu zijn. Of CPAP, MRA of een andere behandeling het meest passend is, wordt individueel beoordeeld.
Helpt afvallen?
Wanneer overgewicht een belangrijke risicofactor is, kan gewichtsverlies de ernst van obstructieve slaapapneu verminderen. Dat kan dus een relevant onderdeel van de behandeling zijn. Maar ook hier is het belangrijk om niet te simplificeren.
Slaapapneu is niet automatisch het gevolg van overgewicht. En gewichtsverlies is niet voor iedereen de enige of voldoende behandeling.
Wanneer slaapapneu medisch behandeld moet worden, is het niet verstandig die behandeling uit te stellen in de hoop dat alleen afvallen het probleem uiteindelijk oplost.
Helpt op je zij slapen?
Alleen wanneer lichaamshouding daadwerkelijk een belangrijke rol speelt. Bij positionele obstructieve slaapapneu kan positietherapie een behandelmogelijkheid zijn.
Maar bij iemand die in iedere houding veel ademhalingsgebeurtenissen heeft, zal alleen op de zij slapen waarschijnlijk onvoldoende zijn.
Daarom is het beter eerst te weten welk patroon uit het slaaponderzoek naar voren komt dan jezelf allerlei slaaphoudingen op te leggen.
Kun je hypopneus oplossen met betere slaaphygiëne?
Nee, een donkere slaapkamer, vaste bedtijd, minder schermgebruik of een ontspanningsoefening voorkomt niet dat een anatomisch en fysiologisch kwetsbare bovenste luchtweg tijdens de slaap vernauwt.
Dat betekent niet dat algemene slaapgewoonten nooit relevant zijn. Maar ze behandelen obstructieve slaapapneu niet.
Je hoeft een medische slaapgerelateerde ademhalingsstoornis niet te proberen op te lossen door je slaaproutine steeds verder te perfectioneren.
En als je daarnaast slecht slaapt?
Slaapapneu en slapeloosheid kunnen tegelijkertijd voorkomen.
Iemand kan bijvoorbeeld ademhalingsgebeurtenissen hebben én lang wakker liggen doordat er inmiddels veel spanning en controle rond slaap is ontstaan.
Dan verdienen beide problemen aandacht. Behandeling van de ademhalingsstoornis betekent namelijk niet automatisch dat chronische slapeloosheid verdwijnt.
En andersom behandelt CGT-I wel chronische insomnie, maar niet de obstructies van de luchtweg. De juiste behandeling hangt dus af van wat er daadwerkelijk speelt.
Conclusie
Een hypopneu is geen zelfstandige slaapstoornis.
Het is een tijdelijke duidelijke vermindering van de luchtstroom tijdens de slaap die volgens vastgestelde criteria tijdens slaaponderzoek kan worden geregistreerd.
Hypopneus kunnen onder andere obstructief of centraal zijn. Bij obstructieve slaapapneu kunnen zowel hypopneus als apneus voorkomen.
Beide worden meegenomen in de apneu-hypopneu-index, de AHI. Een hypopneu is daarom geen voorstadium van slaapapneu.
Ook kun je op basis van snurken, vermoeidheid of een smartwatch niet zelf vaststellen hoeveel hypopneus je hebt.
Daarvoor is passend slaaponderzoek nodig.
Wanneer uit dat onderzoek blijkt dat er sprake is van klinisch relevante obstructieve slaapapneu, wordt gekeken welke behandeling past bij de klachten, onderzoeksresultaten en persoonlijke situatie.
En dat is uiteindelijk belangrijker dan het losse woord ‘hypopneu’ op een onderzoeksuitslag.
Het gaat niet alleen om hoeveel ademhalingsgebeurtenissen zijn gemeten, maar om wat het volledige onderzoek betekent voor jouw gezondheid en dagelijks functioneren.
